
Zoals iedereen kan voelen, zien en horen; het is voorjaar. De temperaturen stijgen, de narcissen in Den Helder bloeien weer en de vogels laten ook weer van zich horen. De heggenmus zingt weer en ook de merel is alweer gehoord. Er zijn ook al diverse vogels bij welke de hormonen al duidelijk opspelen. De in de winter zo vreedzame meerkoeten vliegen elkaar weer in de haren.

De smienten laten ook baltsrituelen zien

en bij de futen is het helemaal raak. Die gaan elkaar ook weer volop te lijf bij het veiligstellen van een territorium of het verjagen van concurrent die het voorzien heeft op de partner.

Foto’s Leo Hofland.
De grutto is ook weer gearriveerd vanuit het overwinteringsgebied. In de Zandpolder werd eind februari de eerste in ons werkgebied opgetekend.
Laten we hopen dat er dit jaar veel grutto’s tot broeden komen en hun kuikens kunnen grootbrengen en dat het resultaat dit jaar beter zal zijn dan het vorig jaar (2025) was,
Broedsucces grutto in Noord-Holland 2025: lager dan 2024
Hoopvolle verwachting
In het voorjaar van 2025 klonken er in het begin hoopvolle geluiden uit het veld: er werden veel alarmerende gezinnen van de grutto gezien en het broedsucces leek goed uit te pakken. Tóch laten de gebieden die geteld zijn met de BTS-telmethode (bruto territoriaal succes) door vrijwillige boerenlandvogelbeschermers in Noord-Holland aan het eind van het seizoen een minder rooskleurig beeld zien.
BTS lager dan 2024
Het gemiddelde BTS voor Noord-Holland – berekend over het totaal aantal gruttoparen en gruttogezinnen – lag op 58%, iets hoger dan het gemiddelde per gebied (56%). Dat onderstreept dat grote gebieden met veel broedparen het gemiddelde wat omhoog trekken. Onderaan de streep is dat echter onvoldoende om de populatie van grutto’s stabiel te houden voor Noord-Holland, daarvoor is minimaal 65% BTS nodig.
Het broedsucces van één jaar geeft slechts een indicatie van hoe dat jaar is verlopen. Met name wat er na de gezinnentelling eind mei nog gebeurt met de (bijna) vliegvlugge kuikens is van grote invloed op het definitieve broedsucces van de grutto. Maar de BTS-telling geeft wel een redelijk goede indicatie. Meer over de BTS-telmethode vind je hier.
Lokale verschillen
Er zijn uiteraard grote lokale verschillen: een aantal gebieden zat ruim in het groen. Dit jaar bleek het broedsucces gemiddeld hoger in de noordelijke gebieden, zoals West-Friesland en Wieringen, terwijl het broedsucces op Texel juist bijzonder laag was met een gemiddeld BTS van 34%. Droogte speelde daar waarschijnlijk een grote rol.
Verklaringen voor het lagere broedsucces
Weersomstandigheden: uitzonderlijke droogte
Het voorjaar van 2025 was uitzonderlijk droog – een van de 5% droogste jaren sinds 1906. Deze droogte heeft een negatieve invloed op boerenlandvogels, omdat droge grond het moeilijk maakt om voedsel (wormen, insecten) te vinden. Minder bodemleven en insecten leiden tot minder voedsel voor oudervogels en kuikens. De exacte impact op het broedsucces is lastig te meten, maar droogte is duidelijk een belangrijke beperkende factor. Dat de droogte effect heeft op het broedsucces wordt onderstreept door de situatie op Texel, die altijd al kwetsbaar is voor droogte. Het broedsucces daar in 2025 was 34%.
Predatie: lager dan vorig jaar
In 2025 ligt het predatiepercentage van gevonden en gecontroleerde legsels met 14%, lager dan in 2024 (19%). De predatiedruk was dit jaar meer lokaal en minder intens. Tóch kan het broedsucces later in het seizoen alsnog onder druk komen te staan, als muizen schaarser worden en predatoren overschakelen op vogelkuikens als prooi. Dit jaar was gemiddeld muizenjaar, na een piek in 2023 en een dal in 2024. De verwachting is dat er weer een piek over één of twee jaar zal plaatsvinden.
De lagere legsel-predatiecijfers zijn dus positief, maar geven geen garantie voor een succesvol broedseizoen. De verklaring voor een laag broedsucces in 2025 zou dus een hoge(re) kuikenpredatie kunnen zijn. We zouden eigenlijk meer zicht op die kuikenpredatie moeten hebben, maar dat kost wel extra tijd van vrijwilligers.
